Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) is opname van een concurrentie- en/of relatiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet toegestaan, tenzij de werkgever in de arbeidsovereenkomst schriftelijk gemotiveerd aangeeft welke zwaarwichtige bedrijfs-of dienstbelangen noodzaken tot opname van zo’n beding.

Door opname van een concurrentie- en/of relatiebeding in een arbeidsovereenkomst (voor onbepaalde tijd) kan de werknemer in beginsel niet bij een concurrent of relatie c.q. inlener in dienst treden. Dit kan echter anders worden als de werknemer door de werkgever elders (incidenteel) wordt gedetacheerd/uitgeleend.

De werkgever krijgt dan te maken met het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi (de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs). Het belemmeringsverbod voorkomt dat de werkgever na afloop van de detachering/uitlening de werknemer aan zijn concurrentie- en/of relatiebeding kan houden als de werknemer bij de inlener in dienst wil treden, voor zover de werknemer onder leiding en toezicht van de inlener heeft gewerkt.

De Waadi biedt de werkgever slechts de mogelijkheid tot opname van een beding in de overeenkomst met de inlener, waarin wordt bepaald dat de inlener een redelijke vergoeding verschuldigd is op het moment dat een werknemer rechtstreeks in dienst treedt bij de inlener. Zaak is dan wel om met de werknemer voorafgaand overeen te komen dat hij verplicht is om bij indiensttreding hiervan melding te maken.

Ingeval u in contracten een concurrentie- en/of relatiebeding dan wel bovenvermelde bedingen in uw contracten wenst op te nemen dan kunt u contact opnemen met de arbeidsrechtspecialisten van De Hooge Waerder.

Xander Koning (jurist De Hooge Waerder)

 

Comments are closed.